Inuit en Yogi aan tafel

Mijn vriend is een Inuit. Ik ben meer een Yogi. Etenstechnisch gezien. Mijn vriend heeft veel dierlijk eiwit en vet nodig. Ik geef de voorkeur aan groenten, rijst en mager eiwit. Dat gaat moeilijk samen, zou je denken.

Met Inuit bedoel ik trouwens een van de zes stofwisselingstypes waarmee ik sinds een paar jaar werk. De Inuit hoort bij de rood-vlees-en-vet-types. Net als de ‘echte’ Inuit eet dit stofwisselingstype (graag) meer vet, zout en dierlijk eiwit. Fruit, suiker en een overmaat aan snelle koolhydraten doen hem helemaal geen goed.

Het stofwisselingstype ‘Yogi’ daarentegen, floreert juist op koolhydraten en dan het beste in vorm van veel groenten en granen (rijst, gierst, polenta). De Yogi kan te veel vet en vlees niet verdragen en zou er dan ook niet zo snel voor kiezen.

Als een Inuit bij een Yogi aanschuift, dan mist hij vlees en vet. De groenten en de rijst vindt de Inuit lekker maar hij blijft dooreten omdat hij simpelweg niet verzadigd raakt. Gebeurt dit structureel dat raakt de Inuit ondervoed en ontwikkeld een nog sterkere drang naar dierlijk eiwit, zout en vet. Dit is het moment waar de Inuit begint om overal mayonaise bij te doen en stiekem eetlepels leverworst op eet.

Andersom: als een Yogi bij een Inuit aanschuift, dan mist de Yogi voldoende koolhydraten. Het vet valt hem zwaar op de maag. En stiekem gaat hij een beetje walgen van al het dode dier op het bordje. Misschien eet hij het uit beleefdheid op. Maar na de maaltijd voelt hij zich volgepropt en uit balans. Hij hoopt dan dat de Inuit nog een zoet toetje heeft voorbereid.

 

Aan één tafel: kan dat wel?

Als partners op consult komen en ze blijken niet hetzelfde stofwisselingstype te hebben, dan is er vaak eerst lichte paniek: en nu? Kunnen ze wel nog samen blijven koken? Of moeten er nu twee gerechten op tafel? Nee, natuurlijk niet. Als je een partner hebt, wiens stofwisselingstype haaks staat op het jouwe, dan is dat juist leuk. En helemaal niet zo ingewikkeld.

We blijven even bij het voorbeeld Inuit versus Yogi. Dat wil zeggen rood-vlees- en-vet-type versus koolhydraat-type. Want dat is mijn persoonlijke thuissituatie. Tegelijkertijd wijken de behoeftes van deze stofwisselingstypes het meest van elkaar af.

 

1.    Het schept begrip.

Heel eerlijk: in mijn studententijd kon ik het maar niet opbrengen om met enig enthousiasme naar een barbecue te gaan. En terwijl mijn hele vriendengroep aan de oever van de Rijn bij elkaar kwam om worstjes en biefstukken op een klein, gammel barbecuetje te plaatsen, dacht ik de hele tijd: wat is hier nu zo leuk en lekker aan?

Ik was toen strikt vegetarisch en kwam aanzetten met groentespiesjes en paddenstoelen (destijds waren tofu-worstjes nog niet zo gebruikelijk). Echt eet-plezier kon ik niet beleven. Ook vond ik dat mensen die zo dol waren op vlees en vette sausjes geen discipline hadden. Wat was er zo moeilijk aan om met vlees te minderen?

Tegenwoordig weet ik beter.

Als mijn vriend extra olie en zout toevoegt aan het eten, dan ben ik blij omdat ik weet dat het goed voor hem is. Het is niet dat hij mijn eten niet waardeert – al moet ik toegeven dat hij toch degene is die meestal kookt. Andersom: mijn vriend is niet beledigd als ik de zelfgemaakte gehaktballen laat liggen. Het is niet persoonlijk bedoeld. Het past gewoon niet bij mij. (Misschien overbodig om te noemen, maar er komt bij ons uitsluitend biologisch vlees op tafel. Vlees moet echt een top kwaliteit hebben. Maar dit is een andere discussie dan de discussie wel/geen vlees eten.)

Dus heb je een partner of kind of iemand anders die regelmatig aanschuift en wiens eetgedrag je eigenlijk helemaal niet begrijpt: het zou zomaar aan het stofwisselingstype kunnen liggen. Ga er niet vanuit dat iedereen dezelfde smaak en behoefte heeft als jij. Ga er ook niet vanuit dat hetgene wat voor jouw lichaam gezond en voedzaam is, voor de ander op precies dezelfde manier werkt.

 

2.    Olie en zout op tafel

Als een rood-vlees-en-vet-type de kok in huis is, dan is het aan te raden dat degene tijdens het koken in eerste instantie juist niet te veel vet en zout gebruikt. Dat vinden de overige stofwisselingstypes namelijk niet zo tof.

Om aan tafel toch aan zijn trekken te komen, is het onmisbaar dat extra olie of vet en zout beschikbaar is. Zet (goed) zout op tafel en een flesje olijfolie of een bakje roomboter. Het rood-vlees-en-vet-type voegt vervolgens olijfolie of roomboter toe. Op die manier kan een rood-vlees-en-vet-type zijn gerecht volgens zijn behoefte ‘pimpen’.

 

3.    Het ontbijt (weer eens)

Het ontbijt is uitermate geschikt om geheel volgens je stofwisselingstype te eten. Immers eten we op de ochtend meestal een beetje los van elkaar en niet met één standaard maaltijd voor allemaal. Het rood-vlees-en-vet-type kiest dan bijvoorbeeld gewoon voor spek en ei met asperge of een omelet met restjes groenten en paddenstoelen en (enkele) aardappelen. Een koolhydraat-type gaat voor rijstpap met mango en chiazaad of (glutenvrije) pannenkoeken met groenten of avocado.

Op die manier hoef je bijna niet met elkaar af te stemmen en kun je de dag geheel volgens je eigen behoefte aan vet-eiwit-koolhydraten starten.

 

4.    Van alles en nog wat

Het diner is misschien de grootste uitdaging. Hier geldt alvast tip 1. Voor rood-vlees-en-vet-types kun je voor de aanvulling extra olijfolie, roomboter of zelfgemaakte mayonaise op tafel zetten. Peulvruchten zijn voor alle stofwisselingstypes prima. Alleen moet het rood-vlees-en-vet-type er nog spek of worst bij doen.

Aardappelen, rijst en quinoa kunnen in principe ook voor allemaal. Alleen heeft het rood-vlees-en-vet-type er maar heel weinig (!) van nodig. Meestal zijn een tot twee eetlepels voldoende. Ook is het belangrijk om er extra vet bij te eten. Beter dan gekookte aardappelen zijn voor de rood-vlees-en-vet-types gebakken aardappelen of gefrituurde aardappelen (patat 😊).

Vis is ook prima. De koolhydraat-types geven de voorkeur aan witte, vetarmere vis. Dat kan af en toe prima voor de andere types. Alleen doen deze er dan weer extra vet bij. Een extra gebakken ei of spekjes zijn ook een fijne aanvulling.

Komt er kip op tafel, dan zijn de poten en het vel voor de rood-vlees- en-vet-types en de filet voor de koolhydraat-types.

 

Samenvattend kun je aanhouden: de eerst stap is begrip voor elkaar. Accepteer dat er verschillende stofwisselingstypes zijn die allemaal net iets andere behoeftes hebben.  Immers gebruikt jullie hele gezin ook niet één shampoo of gezichtslotion voor allemaal. Zo gaat het ook met eten: niet voor iedereen is hetzelfde eten even geschikt. Zoek naar overlap en ga dan aanvullen naar de individuele behoefte.

(foto: unsplash

♥♥♥

 

Zomeractie tijdschrift cyclus & zo

Een tijdje geleden heb ik jullie er al over verteld. Melanie Peters heeft een waanzinnig mooi magazine samengesteld: het magazine cyclus & zo, een magazine over natuurlijke vrouwengezondheid. Momenteel loopt er een zomeractie: tot 21 september 2021 krijg je 5 Euro korting.

acupunctuurvoorvrouwen.com/product/cycluszo-magazine-nr-1/

(en zoals altijd: ik verdien hier niets aan, dit is geen affiliate link!!)

 

Even pauze: 28 juli t/m 16 augustus 2021

T/m 16 augustus 2021 doe ik het rustig aan. Tijdens deze periode check ik mijn e-mails nauwelijks en ben ik telefonisch niet bereikbaar. Mijn webshop blijft geopend. Maar de bestellingen worden veel langzamer afgewerkt en verzonden. Het kan langer duren voordat je een pakket binnen hebt. Daarnaast kan het zijn dat een grote bestelling wordt opgedeeld op twee pakketten.

 

 

 

8 Replies to “Inuit en Yogi aan tafel”

  1. Carla schreef:

    Beste Jutta, Is dit niet ook afhankelijk van de bloedgroep?? O- is meer van het rood vlees – A van meer vega etc.

    1. Jutta Koehler schreef:

      Er zit inderdaad (een beetje) overlap. Ook de bloedgroep benadert de behoefte aan voedingsstoffen individueel. Echter maak ik vaak mensen mee die bijvoorbeeld bloedgroep A hebben en toch een gebalanceerde stofwisselingstype of zelfs een rood-vlees-en-vet-type zijn. Warme groetjes, Jutta

      1. Jolande schreef:

        Ik heb inderdaad O en ben een koolhydraattype, maar met een inuit op mijn schouder die zo nu en dan VLEES schreeuwt. Ik geniet dan extra van lever of biefstuk.

        1. Lisa Goudzwaard schreef:

          Leuk onderwerp Jutta. Ik ben A positief en floreer op vlees en vet. Mijn man is een koolhydraat type. Ik besef me nu dat ik zijn bloedgroep niet eens weet..na 25 jaar. OK. Goed. Hij zit dus aan muesli met yoghurt en ik aan ei met spek of een proteineshake (al is dat laatste naar mijn idee niet ideaal, maar de koelkast in de camper waar we in wonen trekt 25+ graden buiten niet en dan kan ik vlees als ontbijt wel vergeten, dus dan neem ik mijn toevlucht tot een shake.)

  2. Ingrid schreef:

    Hoi Jutta,

    Mooi stukje. Nu snap ik gelijk waarom mijn vriend overal mayonaise bij doet. En zo vaak zout aan het eten toevoegt.
    Volgens mij heb je een nieuw logo. Ziet er mooi uit☺️

    1. Jutta Koehler schreef:

      Herkenbaar, toch? Het creëert veel begrip. Kijk trouwens wel goed dat de kwaliteit zout en mayonaise goed zijn 🙂
      Oh ja, dank, inderdaad ik heb een nieuwe logo. Geheel nieuwe website komt er ook nog aan. Warme groetjes, Jutta

  3. Mirjam Kühn schreef:

    Fijn om te lezen en weer even op te frissen 😊
    Ontspannen vakantie toegewenst!

    Groetjes, Mirjam

  4. An Geerts-Bernaers schreef:

    Goedemorgen Jutta. Proficiat met uw nieuwe logo en de aankomende nieuwe website! Eet je altijd goed als je luistert naar je gevoel? Mij maak je bijvoorbeeld niet snel bij met vlees, één of twee keer in de week vind ik meer dan voldoende. Ik eet wel héél graag dagelijks mijn zelfgemaakte volle geitenkwark lunch met fruit. In de ochtend geniet ik dan weer van gekookte pompoen met selder, gierst, kiwi, avocado, een gedroogde vijg en wat pitten en zaden. Ik hunker niet naar koolhydraten, maar houd wel van een verzadigd gevoel met veel groenten. Ik herken me dus in de beide stofwisselingstypes. Zijn er meerdere stofwisselingstypes bijgekomen dan een paar jaar geleden? Een fijne vakantie. Groet An

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

vijf + 13 =