De Neanderthaler in ons of kunstmatige verwarring in je buik

De vitrine hield me lang in haar ban. Ik wist niet of ik gefascineerd of geschokt moest zijn. Of allebei. Met het gezin waren we op stap – weer een keer iets cultreels doen – en waren in het ‘Neanderthal Museum’ beland. Dit museum ligt relatief vlak over de grens in Duitsland en gaat over de vindplaats, de ontwikkeling en het leven van de Neanderthaler.

 

De Neanderthaler in ons

De Neanderthalers bewoonden Europa 250 duizend jaar lang. Hun laatste sporen stammen van circa 30 duizend jaar geleden. Er is nog veel onduidelijk en er zijn veel controversen. Men weet inmiddels wel dat de Neanderthaler geen primitieve holbewoner was, hoewel hij zo nog wel vaak wordt afgebeeld . Hij was een hoog ontwikkeld en sociaal wezen.  Hij had een vier keer sterker lichaam dan de moderne mens en zijn hersenen waren groter dan die van ons. Overigens at hij met name vlees.

Ik vond het heel fascinerend om te lezen dat een deel van de wetenschappers ervan uitgaat dat de moderne mens homo sapiens (wij dus) en de Neanderthaler contact hebben gehad en nakomelingen hebben verwekt. Circa tien jaar geleden onderzocht een wetenschapper het genoom van de Neanderthaler. Het bleek dat wij 1-4% DNA van de Neanderthaler hebben geërfd. Of te wel: we dragen nog een stukje Neanderthaler in ons. Ik vind dit bijzonder boeiend sinds ik in mijn consulten ook met de leer van de stofwisselingstypes werk en weet dat sommige mensen  inderdaad vlees moeten (!) eten. 😊

Maar terug naar de vitrine. Nadat we in het museum letterlijk mee konden lopen met de evolutie van de mens (een evolutionair wassenbeeldencabinet, zeg maar), belandden we bij een vitrine met de vraag: ‘Het einde van de biologische evolutie?’

 

Het einde van de biologische evolutie?

Sinds circa 100 jaar is het voor de mens eigenlijk niet meer van levensbelang om zich aan het milieu aan te passen. Door medische ontwikkeling zal de mens zich ook in de toekomst steeds meer aan de natuurlijke evolutie kunnen onttrekken.

De vitrine liet de kunstmatige binnen- en buitenkant van de huidige mens zien: borstimplantaten, gebit, bril, prothesen, kunstmatige ledematen. Natuurlijk – begrijp me niet verkeerd – moeten we blij zijn dat de moderne geneeskunde in staat is om een pacemaker te implanteren en gewrichten te vervangen.

Maar ik moest ook aan de voeding denken. Want dat is ook nog een manier waarop we dagelijks lichaamsvreemde stoffen binnenkrijgen. En daar hebben we wél invloed op.

 

Plastic en aroma’s op ons bordje

Volgens een recente studie, nemen we elk jaar circa 70 duizend mini plastic vezels via het eten tot ons. Verbazingwekkend genoeg gaat deze studie ervan uit dat de kleine plastic stukjes via de rondvliegende stof in ons eten belanden. Ze splitsen zich af van vloerbedekking, plastic voorwerpen en synthetische kleding en belanden zo in de lucht. Vervolgens daalt de met plastic verreikte stof neer op onze bordjes. Maar ook in zeevis en zelfs honing zitten kleine plastic deeltjes. De vissen nemen ze op via het vervuilde water. In de honing belanden ze, zo vermoedt  men, via de stof in de lucht die op planten neerslaat en dan samen met het stuifmeel door de bijen naar de bijenkorf wordt getransporteerd.

 

Smakelijke illusie

Via onze smaak sturen we – onbewust –  de (levensnoodzakelijke!) opname van voeding. Onze smaakzin bepaalt de keuze aan voeding – en uiteindelijk de gezondheidstoestand van ons lichaam. Onbewust is ons lichaam in staat om voor onze gezondheid de meest handige keuzes te maken: “Daar heb ik nu bijzonder trek in’. Waarschijnlijk heb je dit voedingsmiddel dan bijzonder nodig. Of andersom: “Dit lust ik nu echt helemaal niet.” Dan zal het je momenteel ook niet goed doen.

Proeven is levensnoodzakelijk en begint al bij baby’s. De baby leert in de buik van de moeder en later via de moedermelk al diverse smaken kennen. Er zijn meerdere studies gedaan die laten zien dat jonge kinderen instinctief de voor hun lichaam juist keuze aan voedingsmiddelen maken – mits men hun de keuze laat. Voorwaarde is wel dat de voedingsmiddelen puur en onvervalst zijn.

Handig wetenswaardigheidje voor wanhopige ouders: ‘Liefde op het eerste hapje’ bestaat bij kinderen niet. Van nature duurt het circa 10 keer proeven voordat een kind iets lust.

Inmiddels heeft de voedingsmiddelenindustrie op listige wijze de weg naar ons onderbewustzijn, onze smaakvoorkeuren en de smaakvoorkeuren van onze kinderen gevonden.

Aromaproducenten kunnen zo goed als elke smaak nabootsen: aardappel aroma, kipfilet aroma, boter aroma, aardbei aroma, noten aroma, noem maar op. Hans-Ulrich Grimm legt in zijn boek* uit dat vaak minuscule hoeveelheden van bepaalde aromastofjes worden ingezet. Zo is 0,0000000002 gram pMenth1-en-8thiol al voldoende om 1 liter water van grapefruitsmaak te voorzien. Dat is het 0,2 miljardste deel van 1 gram. Onvoorstelbaar.  Hans-Ulrich Grimm stelt dan ook dat het feit dat onze smaak compleet om de tuin wordt geleid het voornaamste gezondheidsrisico is en niet de hoeveelheden van de aromastofjes die in ons lichaam komen.

*Die Wahrheit über Käpt’n Iglo und die Fruchtzwerge. Was die Industrie unseren Kindern auftischt.

 

 

Wat voelt de Milt?

Volgens de Chinese geneeskunde is de Milt verantwoordelijk voor een goed functionerende smaakzin. Als de Milt in balans is, dan kunnen we goed proeven en daardoor maken we intuïtief de beste keuzes voor ons lichaam. De Milt stuurt onze trek in (of afkeer van) een bepaald voedingsmiddel. Afhankelijk van wat ons lichaam nodig heeft. Kort door de bocht: hebben we een bloed-leegte, dan kan het zijn dat we ineens trek hebben in vlees of eieren. Dat kan ook bij vegetariërs gebeuren – een vaak gezien fenomeen bij zwangere vrouwen of vrouwen die net zijn bevallen.

Hebben we last van een yin leegte, dan hebben we ineens trek in komkommer en kwark. Eten we veel voeding met toegevoegde aroma’s dan is de Milt in de war. Ze gelooft dat er iets voedzaams binnen komt, immers smaakt het naar bijvoorbeeld roomboter, maar in feite komt dit niet overeen met het daadwerkelijke gehalte aan voedingsstoffen. Proeft de milt ‘aardbei’ en denkt daarmee goed verzorgd te zijn met sappen en voedingsstoffen, maar zit er werkelijk maar 0,5 % aardbei in het product, dan raken we op den duur ondervoed. We blijven dooreten omdat we merken dat er iets mist.

Misschien is het vooral dit effect wat problematisch is. We leiden onze Milt, die tegelijk staat voor onze gezonde verstand, om de tuin. Uiteindelijk raakt de Milt zo beschadigd dat ze naast spijsverteringproblemen (brijige ontlasting, een opgeblazen buik, etc.) ook reageert met een slecht werkende smaakzin. We belanden zo in een vicieuze cirkel. Echte, pure en onbewerkte producten vinden we niet meer lekker – terwijl deze ons juist goed zouden voeden.

 

Damp en slijm

Plastic, aromastofjes, sterk gemanipuleerde voedingsmiddelen – dit is allemaal zo nieuw. Nog geen 4 generaties geleden was het er nog niet.

Voeding en toevoegingen die de Milt niet kan herkennen en inschatten, kunnen ook niet goed worden verteerd. Het systeem raakt in de war en functioneert niet meer naar behoren. Zuivere delen verlaten het lichaam, onzuivere delen blijven achter in vorm van damp en slijm.

Het is inmiddels bekend dat de overgrote meerderheid van de mensen in Europa met onder meer bisphenol-A belast is – alsof we van binnen geplastificeerd worden. Van binnen worden we dan net zo’n kunstmatig poppetje. Als iemand over 1000 jaar op het idee zou komen om de moderne mens tentoon te stellen, dan zouden de toekomstige museumbezoekers een ook van binnen compleet geplastificeerde mens zien. Horror!

 

Ja, en nu? Hoe we plastic en andere troep uit ons eten kunnen weren

Direct vooraf: helemaal weren zal waarschijnlijk nooit lukken. Ten minste niet als we nog een beetje aan het gewone leven  willen deelnemen en niet compleet willen afzien van sommige moderne appratuur. Het is onwaarschijnlijk dat we de wasmachine vaarwel gaan zeggen om onze was in een houten vat met een wasbord te doen. Ook willen de meeste mensen – ik inclusief – niet meer zonder laptop en mobiele telefoon.

Maar we kunnen de invloed ten minste reduceren:

  1. Verminder plastic in je keuken!

Hier begint de eerste stap. Gebruik glazen potjes of potjes van roesvrij metaal om je voedingsmiddelen in te bewaren. Gebruik een keramiek of glazen waterkoker waar het water zo min mogelijk contact heeft met plastic. Probeer al bij het boodschappen doen om plastic verpakkingen zo veel mogelijk te vermijden. Met name op de markt staat men open voor zelf meegebrachte potjes.

  1. Verminder plastic in je huis!

Recent onderzoek liet zien dat het niet voldoende is om plastic alleen uit je keuken te bannen. Ook al heeft het plastic geen direct contact met je voedingsmiddelen, dan kan het toch in onze buik belanden. Reduceer het aantal plastic houdende artikelen in je woning tot een minimum. Alles plastic vrij hebben gaat zeker niet lukken – behalve als je op de kale grond zonder enkele inrichting wilt gaan zitten. Maar kijk kritisch wat echt nodig is, en kies de plastic vrije (of gereduceerde) variante als je een nieuwe aanschaf moet doen.

  1. Vermijd voedingsmiddelen met toevoegingen!

Ook hier geldt: alle kleine beetjes helpen. Waarschijnlijk kunnen dit doel nooit 100% bereiken maar als je voornamelijk pure en onbewerkte voedingsmiddelen kiest, kom je al een heel eind.

 

Verder in deze blog: Zero waste en nieuwe data!

Zoals beloofd weer een zero waste tip. Als ook maar de helft jullie deze tip ter harte zou nemen, hebben we al een giga afvalberg bespaard. En de nieuwe data staan nu vast!! En natuurlijk heb ik ok mijn privacy beleid aangepast aan de AVG.

ZERO WASTE TIP: Ban de rietjes!

Ze lijken klein en onschuldig en leuk maar ze hebben een immense impact: rietjes. Ze zitten niet alleen aan de  drinkpakjes maar als we niet uitkijken worden ze in restaurants en cafés ook in glazen flesjes met dranken geserveerd. Mijn dochter van acht wordt regelmatig gevraagd of ze haar drankje niet liever met een rietje wil – alsof het een extra attractie is. Ik geef toe dat ze vroeger inderdaad gefascineerd was door de bonte kleuren. Nog erger is ice tea. Er zit niet alleen een rietje bij maar ook nog zo’n plastic stengel waarvan ik nog steeds niet de functie heb kunnen achterhalen. (Yep, schrik niet, heel af en toe bestel ik een ice tea, om even mijn Milt weer op scherp te stellen).

Inmiddels heb ik me aangeleerd om bij het bestellen direct ook aan te geven dat ik geen rietje wil.

Is het belachelijk dat ik hier zo’n ophef over maken? Misschien. Maar zoals altijd geldt ook hier: alle kleine beetjes helpen.

Ook de EU-commissie heeft inmiddels begrepen dat het zo niet meer kan: er zijn plannen om plastic bestek, rietjes en dergelijke in de EU te verbieden. Dit wordt ook hoogste tijd: volgens schattingen gebruiken de inwoners van de EU-landen in totaal 36,4 miljard rietjes per jaar. Dat zijn 71 rietjes per inwoner per jaar. Veel te veel…Maar het zal nog jaren duren voordat de wet er daadwerkelijk komt.

Trouwens zijn er inmiddels alternatieve, duurzame rietjes op de markt bijvoorbeeld van roestvrij staal of glas. Maar ik vind dit overbodig. Vergeet niet dat voor de productie van deze, in principe goed bedoelde, producten ook weer ressources nodig zijn. En hoe vaak hebben we eigenlijk een rietje nodig?  (Afgezien van de zeldzame gevallen dat er een kies wordt getrokken, we een lipblessure hebben of op een feestje sneller dronken willen worden).  Zo goed als nooit (veronderstel ik).

 

Nieuwe data

De data voor seminars en workshops in de herfst zijn (redelijjk) rond.

Sep: 2-daagse bijscholing voor professionals

Chinese voedingsleer bij kinderwens tijdens de zwangerschap en na de bevalling. Donderdag 13 en 27 sep 2018 in Nijmegen.

Okt: 3-daagse module voor professionals

TCM-voedingstherapie voor Milt en Maag. Start: donderdag 11 oktober 2018, Nijmegen.

Workshop ‘Word je eigen voedingsconsulent’, 6 oktober 2018, Gendt (regio Arnhem/Nijmegen)

Hier vind je de hele agenda.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

veertien + 3 =